Bier drinken voor de economie!

Het leven van een bierblogger gaat niet altijd over rozen. Zo is er soms een tijdlang niets interessants te becommentariëren, struikel je soms over de onderwerpen – en af en toe dient zich iets aan dat zich met ijzeren regelmaat lijkt te herhalen. Zo ook vandaag: Heineken kondigde aan de bierprijzen in 2018 te gaan verhogen, met maar liefst 2,8%. Daar gaan we weer, dacht ik – maar nu weet ik beter. Er is sprake van een duivelspact tussen de grote brouwers en de Europese Centrale Bank. Leest u mee?

Deze week viel bij horecaondernemers die zaken doen met Heineken Brouwerijen Nederland een brief op de mat die er, kort gezegd, op neer komt dat deze ondernemers in 2018 gemiddeld 2,8% meer moeten gaan betalen voor hun bierinkoop. Misset Horeca noemde deze mededeling zelfs al ‘de traditionele prijsverhoging’ – met ijzeren regelmaat verhoogt Heineken de inkoopprijs, waarna alle andere partijen doorgaans volgen, zonder dat er natuurlijk sprake is van enige kartelvorming. Heineken is er nu eenmaal altijd als eerste kip bij om ‘de traditionele prijsverhoging’ te melden. Goed nieuws is dat het ‘slechts een kleine prijsverhoging betreft’, althans dat vindt Heineken zelf. In 2017 ging de prijs met 3,7% omhoog – in die zin valt het inderdaad mee.

Maar waarom worden de bierprijzen elk jaar verhoogd? Volgens Heineken c.s. ‘vanwege de marktomstandigheden en toegenomen kosten’, een vaste riedel die ze elk jaar afdraaien. Of dit waar is valt niet te controleren, en veel commentatoren denken dan ook dat het met die kostenstijging wel meevalt, en dat de prijsaanpassing eenvoudigweg het gevolg is van het traditionele groeidenken van bedrijven en aandeelhouders: die willen elk jaar meer, meer geld krijgen dan het jaar daarvoor. Stilstand in inkomsten is achteruitgang – ook al vallen er elk jaar miljarden te verdelen.
Concurrent AB InBev, ‘s werelds grootste biermoloch, bewees dit punt onlangs nog eens. “Anheuser-Busch InBev heeft bij een dalend volume de omzet met 3,6 procent zien groeien”, zo kopte onder andere Distrifood. In het derde kwartaal van 2017 verkocht het bedrijf 1,2% minder bier, maar maakte het 3,6% meer omzet. Sterker nog, de brutowinst ging met bijna 14 procent omhoog. Stukje kostenbesparing vanwege de integratie van SAB Miller: in het derde kwartaal werd er 336 miljoen dollar aan synergieën en kostenbesparingen gerealiseerd. Dat is niet een bedrag dat ik in de achterzak heb. En vandaag ga ik u niet wijzen op het idee dat AB InBev misschien meer een bank dan een brouwerijgroep is, geleid door listige bankiers en accountants van Braziliaanse makelij die vanuit mooie New Yorkse kantoren met dollartekens in de ogen naar de wereld kijken als waren het financiële vampiers. Daar gaat het vandaag niet om en u trekt uw eigen conclusies maar.

Genoeg gelachen. De werkelijke reden dat Heineken nu, en alle andere brouwerijen nog voor de kerst, hun prijzen verhogen ligt in Frankfurt. Daar vecht Mario Dragi, de president van de Europese Bank, al jaren tegen het inflatiespook. Teveel inflatie is slecht, maar dat is geen inflatie ook – althans, voor de klassieke economen onder ons. Die inflatie is het afgelopen jaar niet boven de 1,5% procent geweest, gemiddeld genomen.
En dat is vreemd, als je het argument van Heineken in ogenschouw neemt. Volgens hen zijn de kosten zodanig gestegen dat het een prijsstijging van 2,8% rechtvaardigt. Maar dat is niet zo, want de inflatie lag de afgelopen 12 maanden ruim onder de 1,5%. We kunnen dus zeggen dat Heineken meer dan een procent prijsstijging gewoon toepast om haar rendement te verbeteren. Anders gezegd: zonder ook maar iets meer te bieden aan de consument, willen ze meer van ons geld.
En daarmee maken ze vrienden met meneer Dragi, die de inflatie wil opjagen. Dat lukt prima als je de prijzen meer verhoogt dan het huidige inflatiepeil.
Heerlijk, Helder – bier drinken voor de economie!

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.