Enquête “Kwaliteit”: Deel 1, kengetallen

Eerder dit jaar hield ik een enquête onder Nederlandse brouwers over ‘kwaliteit’. Een samenvattend artikel verscheen in het recente nummer van Brouw! Magazine (je kunt hier een abonnement nemen op dit kwartaalblad)De Nederlandse brouwers vormen een diverse gemeenschap, variërend van eenpitters tot multinationals. De respondenten komen uit alle geledingen en geven – zeker gezien het responspercentage van 27% – daarmee een goed beeld van wie ‘de’ Nederlandse brouwer is en hoe deze naar kwaliteit kijkt. Voor wie het artikel eens rustig wil lezen publiceer ik het de komende dagen in een drieluik op dit blog, voorzien van extra grafieken en uitkomsten. Vandaag: kengetallen van de respondenten. In de komende dagen verschijnen de delen over ‘Hygiënecode Brouwerijen en grondstoffen’ en ‘onderzoek en mening over kwaliteit’.

Heeft uw brouwerij eigen brouwapparatuur?

Opmerkelijk is dat de meerderheid van de respondenten over eigen ketels beschikt – slechts 34% is als huurbrouwer aan te merken. Dit is des te opmerkelijker omdat huurbrouwers veruit de meerderheid van de Nederlandse brouwersgemeenschap vormen. De hier gehanteerde definitie van een huurbrouwer is simpel: een bedrijf dat zich als brouwerij presenteert en voor eigen rekening en risico bier produceert en verkoopt, onder eigen naam, maar dat voor de productie gebruikt maakt van andermans brouwinstallatie. Dat kan een brouwerij met overcapaciteit zijn, of een speciaal daarvoor gebouwde loonbrouwerij. Overigens zijn er nog een aantal brouwerijen die gestart zijn als huurbrouwer en inmiddels over eigen ketels beschikken, maar toch soms gebruik maken van een loonbrouwer omdat de eigen capaciteit tekort schiet. Bijna 13 procent van de respondenten geeft aan vooral zelf te brouwen maar af en toe productie uit te besteden.

Hoeveel medewerkers (full time) telt uw brouwerij?

Meer dan driekwart van de respondenten is zeer kleinschalig en telt maximaal 3 medewerkers – 107 van 139 respondenten vallen in deze schaal, meer dan driekwart van het totaal. Negen brouwerijen tellen 26 of meer medewerkers – 6,5%. In aanmerking genomen dat we deze enquête als representatief voor de Nederlandse brouwsector zien, kunnen we stellen dat de overgrote meerderheid gezien moet worden als zo kleinschalig dat het de vraag is of je ze als professionele brouwer mag betitelen. Dit wordt nog duidelijker als we naar het gemiddelde productieniveau kijken.

In welke productieschaal valt uw brouwerij op jaarbasis (2017)?

Een zeer opmerkelijke uitkomst is dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse brouwers jaarlijks niet meer dan 250 hectoliter produceert. Een hectoliter is 100 liter, en iets meer dan  is de helft produceert dus jaarlijks niet meer dan 25.000 liter bier. Dat klinkt misschien als veel, maar een gemiddeld café op de hoek verkoopt per jaar meer. In standaard kratjes uitgedrukt hebben we het over niet meer dan 3.150 kratten per jaar. Best een aardige plas, maar te weinig om van te leven en zeker weinig in vergelijking met ‘grootmachten’ als De Leckere (10.000 HL), Texelse Brouwerij (35.000 HL) of Heineken (220.000.000 HL).

Even interessant als de staff count is de vraag hoe men het gebrouwen bier verpakt. Vrijwel iedereen verpakt bier op z’n minst in fles (98%), en een heel groot deel doet dat ook op fust (85%). 6,5% Procent van de respondenten kiest daarbij voor blik:

Verpakt u uw bier, en zo ja, hoe?

Niet iedereen heeft op eigen locatie de gelegenheid het bier te verpakken. Een kleine minderheid (3,5%) geeft aan dit elders dan op productielocatie te doen. Niet gevraagd, maar op basis van interpretatie, moet dit bijna wel gaan om die brouwers die hun bier per bulkcontainer transporteren naar een locatie waar het op blik wordt afgevuld.

Verpakt u uw bier op de brouwlocatie of elders?

Een mooi aanvullend cijfer krijgen we als we vragen naar proeflokalen. Het model van de brew pub, nog steeds onbegrijpelijk onderwogen als bedrijfsmodel, is in Amerika de grote drijvende kracht achter de gecontinueerde groei – in Nederland is het nog nauwelijks beproefd. Een derde van de respondenten geeft aan een proeflokaal te hebben waar alleen de eigen bieren worden geschonken; een kwart schenkt daarnaast ook bier van anderen – vaak ‘geestverwanten’. Een vijfde serveert ook eten naast het bier (zelf of door ook door anderen gebrouwen)- maar bijna de helft, 46%, geeft aan geen proeflokaal te hebben. Niet onbegrijpelijk als je weet dat het aantal brouwerijen met slechts een of weinig medewerkers het Nederlands bierlandschap domineert. Wel liggen hier duidelijke kansen: het verdienmodel van de brew pub, en het feit dat het past in de sfeer van ‘aanraakbaar en herkenbaar’ – lokaal – maken het bijna een no brainer voor de gisse ondernemer.

Heeft uw brouwerij ook een proeflokaal?

Samenvatting
‘De’ Nederlandse brouwer is overwegend een uitermate kleinschalige ondernemer die een zeer bescheiden hoeveelheid bier produceert. Dat bier is wel degelijk ‘voor de handel’ bedoeld, want vrijwel iedereen verpakt zijn bier – waarschijnlijk voor wederverkoop. Bijna de helft is zo kleinschalig dat ze geen proeflokaal hebben – maar dat kan ook komen doordat ze geen ‘eigen’ locatie hebben en elders produceren. Het gaat te ver om te zeggen dat de meerderheid van de Nederlandse brouwerijen het niveau van hobbyisme (nog) niet ontstegen is, maar dat vereist wel grote zelfbeheersing. Hoe deze ondernemers en ondernemingen zich de komende tijd gaan ontwikkelen weten we niet – maar dat onderscheid, bijvoorbeeld vanwege ‘het verhaal’ of ‘de kwaliteit’ hier een beslissende rol zullen spelen staat wel vast. Over dat verhaal kunnen we weinig zeggen – laten we dus maar eens naar ‘de kwaliteit’ kijken.

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.