Thank God it’s a new year

Voor wie geen zin heeft in gemopper en geklaag, afgewisseld met tomeloze zelfbevlekking en totaal ongeremde liefdesverklaringen, afgetopt met een fijn moralistisch sausje – die slaat deze blog over en zet zich terug aan de oliebollen (waarvan ik hoop dat ze gemaakt zijn naar een recept van Arvid Bergström – zijn eerste deel uit de Bier&Spijs Encyclopedie) waarbij u naar keus een passend bier kunt genieten. Voor wie het wel aandurft – op naar een nieuw jaar, een hopelijk nog mooier jaar dan 2017.

Voor mij geen lijstjes zoals de onvolprezen Marco Daane en Jan Lemmens die op hun facebook pagina plaatsten. Buiten het feit dat ik lijstjes waarbij ik zelf niet op nummer 1 sta wantrouw, of het nu bier betreft of niet, laat ik liever de hoogte- en dieptepunten thematisch voorbij komen. Een rangorde is dan niet altijd nodig.
Persoonlijke hoogtepunten van 2017 zijn natuurlijk het uitkomen van Bier, de nominatie voor de Gouden Pint, de start van Het Bierplein en de mooie notering in de Favor Flav Top-100 2017 (32e plek) die dé smaakmakers in de wereld van eten en drinken op een rij zet.

Persoonlijke dieptepunten zijn er ook: zo leerde ik weer eens dat er fijnzinnig verschil bestaat tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Oprechte boosheid, verpakt in een achteraf slecht gekozen stijlfiguur – het was een grote uitglijder op mijn blog. En niets menselijks is mij vreemd: het niet in ‘winst’ omgezet zien van de Gouden Pint nominatie (voor de derde keer in mijn geschiedenis) voelde wel als een dieptepunt, ondanks het feit dat winnaar Geniet&Geef een geweldig fenomeen is. Zo werd ik weer eens met mijn eigen ijdelheid geconfronteerd – een louterende ervaring.

Over die nominatie gesproken: de motivatie vond ik mooi. “Voor zijn aanstekelijk enthousiasme om, soms met een scherpe pen, momenten en situaties uit de bierwereld onder de aandacht te brengen van consument en liefhebber, niet als hapklare brok maar altijd met doel om de lezer te prikkelen vooral een eigen mening te vormen.” Die eigen mening, daar blijf ik een haat-liefde verhouding mee hebben.
Ik hou heel erg van Voltaire, en ook al schijnt het niet eens zijn eigen tekst te zijn, meer een van zijn uitgangspunten: “I disapprove of what you say, but I will defend to the death your right to say it”. Voorts pas ik graag het principe van het ‘compareren’ toe: een gedachtewisseling, niet om gelijk te krijgen, maar om het standpunt van de ander beter te begrijpen. De eigen mening vergelijken met die van een ander, waarbij je ervoor openstaat je eigen mening aan te passen, als gevolg van nieuw verworven inzichten.
Het betekent niet dat je het altijd met de ander eens moet zijn, en dat idee is de laatste tijd ontaard in de wonderlijke houding van veel mensen die ‘een mening’ hebben en daarin geen strobreed willen wijken. In Bierland zag ik daarvan in 2017 veel treurige voorbeelden, vooral bij de alsmaar verder radicaliserende bier-moedjahedien die hun allengs ongezoutener mening paren aan allengs langere tenen. Nee, dat waren geen hoogtepuntjes.

Naast mijn eigen briljante boek verschenen er nog meer pareltjes: Verloren Bieren van Roel Mulder, Dit is een boek over bier van Raymond van der Laan zijn Nederlandse voorbeelden. Mijn favoriete Nederlandse bierboek van 2017 is evenwel De Biericonen der Lage Landen van Toon van den Reek en Jan-Machiel van Bragt. Twee doorgewinterde bierkenners en bierliefhebbers beschrijven mensen die voor hen van belang zijn geweest, in hun Bierland. De gekozen toon en stijl benadrukken het persoonlijke karakter, ontdaan van alle opsmuk. Mijn favoriete boek van het jaar werd geschreven door Pete Brown: Miracle Brew is een van de beste boeken ooit over bier geschreven.

Biervrienden komen en gaan. Zo overleed ‘Mister Horeca’, Dick Wildeman. Voor wie hem niet gekend heeft: zijn verscheiden is een verlies voor de bierwereld. Als er iemand was die wist hoezeer bier kon verbinden dan was hij het – al zal hij, als oud-directeur van Oranjeboom, door bier-moedjahedien niet die erkenning krijgen. Ik mis Dick.
Op het gevaar af anderen tekort te doen: de vriendschap met Peter Rouwen kreeg dit jaar vaste vorm, wat opmerkelijk is gezien het feit dat hij Rotterdammer is en ik niet. Lang was hij het gezicht van De Ballentent – iets waar je even over na moet denken – en nu bestiert hij Brouwerij Noordt. Peter is een zeldzaam fenomeen, vind ik, en ik koester de man.

Samen met Fer Kok stond Peter aan de basis van de StiBON Brouwopleiding, mede vormgegeven door Lentiz en Neerlands bierbrein Henri Reuchlin. Die laatste is een soort bierige octopus – zijn tentakels hebben een ongekende reikwijdte en er gebeurt weinig waarbij hij niet op een of andere manier betrokken is. Zijn blog behoort tot de vaste waarden in Bierland – lees het eens, als u dat al niet deed. Waar hij dan weer niet bij betrokken was: de oprichting van de Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur, wat vooral het werk van Jan Ausums en Fedor Vogel was. Ik ben toch best wel trots op Henri.
En ik hoop dat veel bier producerende bedrijven (enkele van) hun medewerkers naar de eerder genoemde brouwopleiding sturen. Het niveau in Nederland Bierland komt gemiddeld genomen steeds hoger te liggen, maar ik kan er niet omheen dat er nog veel te veel biermakers zijn die eerst maar eens brouwer moeten worden. No naming and shaming – wie de schoen past trekke hem aan.

In de afdeling ongeremde liefdesverklaringen kan ik ook dit jaar niet om Tommie Sjef Koenen heen. Meerdere (in mijn ogen) fenomenale bieren deed hij dit jaar het licht zien en er ligt nog veel moois in zijn loods. En dan is er natuurlijk Do Bongers, die dit jaar de overstap maakte van Oersoep naar de Ierse The White Hag Brewery. Op Bier & Big Festival in Eindhoven proefde ik enkele van haar creaties en als ik dertig jaar jonger en vijftig kilo lichter zou zijn, dan zou ik naar haar hand dingen – zeer waarschijnlijk alsnog tevergeefs, maar dat geeft niet. Do en haar bieren behoorden dit jaar tot mijn hoogtepunten en zullen dat blijven doen – Do, en haar bieren.
En ik kan er niet omheen: de opening van Foeders maakte dat ik tot over mijn oren verliefd raakte op Yuri Hegge, de Tyrion Lannister van Bierland. Ik weet zeker dat hij ooit een eigen bier gaat brouwen, of spontaan gaat laten vergisten, en ik zie nu al uit naar zijn versie van The Imp’s Delight. 

Vooruitkijkend dan: ik hoop dat het monster diastaticus tot staan wordt gebracht. Ik hoop ook dat brouwers die hiermee te maken hebben er opener over zijn – al zal de stomerijbranche hier anders over denken – en ik zou het een mooie ontwikkeling vinden als bijvoorbeeld CRAFT de krachten bundelt om gezamenlijk een vuist te maken tegen dit monster. Daaruit voortvloeiend hoop ik dat er meer brouwerijen en biermakers komen die investeren in hun kwaliteitscontrole – te vaak nog hoor ik tenenkrommende verhalen over bieren met problemen waar men pas heel laat achter komt. En vaak worden die bieren ook nog gewoon op de markt gehouden, een onvergeeflijke fout van een brouwerij.

Het allermeest hoop ik dat er in 2018 veel moois te proeven zal zijn, waarbij ieder het hare of zijne kan drinken zonder dat er bier-moedjahedien met hun zwart-witte vlaggen komen zwaaien. Dat mag u een open deur vinden, maar als u het tot hier hebt volgehouden dan past toch niets beters dan door een open deur het nieuwe jaar instappen? Proost. Blijf ontdekken, blijf genieten!

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.